Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juni 2001

Alinea 51 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juni 2001

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 juni 2001, ECLI:NL:CBB:2001:AB2227.

De door appellante vermelde uitspraak van het gerechtshof te Arnhem en de door hem genoemde mededeling van de Staatssecretaris van Financiën brengen evenmin mee dat verweerder niet zou mogen besluiten tot niet-ontvankelijkverklaring in een geval als het onderhavige. Bedoelde uitspraak en mededeling betreffen immers niet de uitoefening van de taken en de bevoegdheden van verweerder op grond van de WVA en kunnen derhalve geen gerechtvaardigd vertrouwen opwekken dat verweerder niet zou handelen overeenkomstig de ondubbelzinnig door hem schriftelijk (op 20 april 1999) aan appellante aangekondigde handelwijze. In dit verband is mede van belang dat appellante niet bij verweerder heeft geïnformeerd of zij erop mocht rekenen dat de gestelde termijn, anders dan aangekondigd, geen fatale zou zijn. Dit zou temeer in de rede hebben gelegen, nu verweerder niet hetzelfde bestuursorgaan is als dat waartoe bedoelde uitspraak en mededeling zich richten c.q. dat waarvan de mededeling afkomstig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa87a507a50e5444f80f8474699a63da6f2756bf4b6f722f4c2a31d175a1c565. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa87a507a50e5444f80f8474699a63da6f2756bf4b6f722f4c2a31d175a1c565, en de alinea staat in dat document op bytes 13825 tot 14834.