Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 oktober 2001

Alinea 47 College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 oktober 2001

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 oktober 2001, ECLI:NL:CBB:2001:AD4959.

5.1.1 Ten aanzien van de vraag of appellant sub 1 een tuchtrechtelijk verwijt treft in verband met de vermeende fraude door de toenmalige voorzitter van het College van Bestuur van Q stelt het College het volgende voorop. Nu klager ter zitting van het College heeft verklaard dat appellant sub 1 op vakantie was toen deze vermeende fraude aan het licht kwam en dat deze kwestie reeds was afgehandeld toen appellant sub 1 van vakantie terugkeerde, kan niet worden staande gehouden dat appellant sub 1 ter zake enig verwijt treft. De raad van tucht heeft dan ook onder punt 2 van zijn beoordeling terecht geoordeeld dat appellant sub 1 in zoverre niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76b054813b1c47e51df1ea0bfc6d188b92b8c9377c5539cf8cd86d2d87befc83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76b054813b1c47e51df1ea0bfc6d188b92b8c9377c5539cf8cd86d2d87befc83, en de alinea staat in dat document op bytes 13786 tot 14493.