Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 oktober 2001

Alinea 48 College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 oktober 2001

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 25 oktober 2001, ECLI:NL:CBB:2001:AD4959.

5.1.2 Niet ter discussie staat dat appellant sub 1 de hem door klager bij brief van 7 augustus 1997 toegezonden documenten heeft bestudeerd. Tussen partijen is evenmin in geschil dat appellant sub 1 naar aanleiding van genoemde brief contact heeft opgenomen met het College van Bestuur en de Raad van Toezicht van Q. Hieruit komt het beeld naar voren dat appellant sub 1 onderzoek heeft verricht naar aanleiding van de brief van 7 augustus 1997. Uit dit onderzoek heeft appellant sub 1, naar valt af te leiden uit zijn brief van 20 augustus 1997 aan het College van Bestuur van Q, niet kunnen opmaken dat sprake was van (fraude en/of) onjuiste kostenallocaties. Het College acht de stelling in het beroepschrift van appellant sub 1 dat uit het door hem verrichte onderzoek duidelijk naar voren is gekomen dat de door klager genoemde transacties naar hun aard en verschijningsvormen geen frauduleuze handelingen waren, niet aannemelijk. Deze stelling is in strijd met de, in de bestreden tuchtbeslissing onder punt 6 van de rubriek Vaststaande feiten aangehaalde, tekst van de brief van 20 augustus 1997, terwijl appellant sub 1 ook ter zitting van het College naar voren heeft gebracht dat uit het door hem verrichte onderzoek niet duidelijk is geworden of al dan niet sprake was van fraude en/of onjuiste kostenallocaties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76b054813b1c47e51df1ea0bfc6d188b92b8c9377c5539cf8cd86d2d87befc83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76b054813b1c47e51df1ea0bfc6d188b92b8c9377c5539cf8cd86d2d87befc83, en de alinea staat in dat document op bytes 14501 tot 15837.