Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 februari 2002

Alinea 34 College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 februari 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 februari 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AD9438.

De stelling van appellant dat, gelet op het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 19 april 1994 in de zaak Van de Hurk (NJ 1995, 462), waarin is geoordeeld dat de rechtsgang bij het College niet voldeed aan de eisen van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), geen sprake kan zijn van formele rechtskracht, wordt door verweerder niet gedeeld. Reeds omdat op 7 juni 1985 nog niet bekend was dat de toen bestaande beroepsmogelijkheid in strijd was met artikel 6 EVRM, diende appellant ernstig rekening te houden met de mogelijkheid dat, indien hij niet binnen de daarvoor gestelde termijn beroep instelde, het besluit formele rechtskracht zou krijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc75d5c1dd67e51798e2115f95512b864377c985923449177e80d62d551fe061. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc75d5c1dd67e51798e2115f95512b864377c985923449177e80d62d551fe061, en de alinea staat in dat document op bytes 8441 tot 9201.