Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 februari 2002
Alinea 42 College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 februari 2002
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 februari 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AD9438.
Indien dit al anders zou zijn, dient zijns inziens in dit geval op het beginsel van de formele rechtskracht een uitzondering te worden gemaakt. Appellant heeft in dit verband (wederom) gewezen op de arresten van de Hoge Raad van 16 mei 1986, NJ 1986, 723 (Heesch/Van de Akker), 18 juni 1993, NJ 1993, 642 (Sint Oedenrode/Van Aarle) en 2 februari 1990, NJ 1993, 635 (Staat/Bolsius). Met name het tweede genoemde arrest is volgens appellant van toepassing, omdat partijen het erover eens zijn dat het besluit van 7 juni 1985 niet houdbaar was, althans partijen moeten het hier wel over eens zijn, gelet op de feiten en omstandigheden van het geval. Voorts is appellant van mening dat de zijns inziens in het arrest Staat/Bolsius geformuleerde uitzondering van door het bestuursorgaan verstrekte onjuiste inlichtingen zich voordoet, omdat hij destijds op advies van de - onder verweerder (althans de Staat) ressorterende - Landinrichtingsdienst en -commissie heeft besloten geen beroep in te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc75d5c1dd67e51798e2115f95512b864377c985923449177e80d62d551fe061. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc75d5c1dd67e51798e2115f95512b864377c985923449177e80d62d551fe061, en de alinea staat in dat document op bytes 11507 tot 12518.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc75d5c1dd67e51798e2115f95512b864377c985923449177e80d62d551fe061 | shasum -a 256