Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 februari 2002

Alinea 46 College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 februari 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 februari 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AD9438.

5.3 Vast staat, dat appellant tegen het besluit van 7 juni 1985 geen beroep heeft ingesteld bij het College. Anders dan appellant meent kan dit hem wel worden tegengeworpen en heeft het besluit van 7 juni 1985 formele rechtskracht. Zoals het College ook al in de bij partijen bekende uitspraak van 18 juli 2001, no. AWB 00/482, (Maatschap B) heeft overwogen, heeft de Hoge Raad in het arrest Productschap voor Zuivel/Van Eijk van 23 januari 1998 (NJ 1998, 525 en AB 1998, 144) uitgesproken dat het recht van een belanghebbende om zijn geschil voor te leggen aan een gerecht dat voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRM er niet toe noopt om in afwijking van de bedoeling van de wetgever de gehele, destijds door de Wet Arbo beschreven beroepsgang buiten toepassing te laten. Pas nadat deze beroepsgang doorlopen was, kon met vrucht geklaagd worden over de onvolkomenheid daarvan. Nu appellant tegen het besluit van 7 juni 1985 geen beroep heeft ingesteld bij het College, kan hij zich er niet op beroepen dat hem daarmee geen aan de eisen van artikel 6 EVRM voldoende rechtsgang geboden werd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc75d5c1dd67e51798e2115f95512b864377c985923449177e80d62d551fe061. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc75d5c1dd67e51798e2115f95512b864377c985923449177e80d62d551fe061, en de alinea staat in dat document op bytes 13495 tot 14600.