Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 februari 2002
Alinea 111 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 februari 2002
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 februari 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AD9714.
Het College stelt vast dat appellante tijdens de behandeling door de raad van tucht geen bezwaren ten aanzien van het betreffende lid kenbaar heeft gemaakt. Het College acht onaannemelijk dat appellante hiertoe niet in de gelegenheid is geweest, aangezien ter zitting van de raad van tucht uitdrukkelijk is gesproken over de vraag of de voorzitter gezien zijn betrokkenheid bij de hiervoor genoemde bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam gevoerde procedure, aan de behandeling en beslissing zou kunnen deelnemen. Daar komt bij dat appellante ook in haar beroepschrift geen argumenten heeft aangevoerd ter ondersteuning van haar opvatting dat twijfel bestond omtrent de onpartijdigheid. Ter zitting van het College heeft appellante desgevraagd verklaard eerst nadien een bezwaar te hebben ontwikkeld tegen het betreffende lid. Een bezwaar dat eerst na de behandeling door de raad van tucht is ontstaan kan evenwel niet leiden tot twijfel omtrent de rechterlijke onpartijdigheid als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants. Grief 2 is derhalve ongegrond en moet worden verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dd60da832143f14c5637ed5ca281215351e24f7ba79fc01ddc4e64880999c71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dd60da832143f14c5637ed5ca281215351e24f7ba79fc01ddc4e64880999c71, en de alinea staat in dat document op bytes 30941 tot 32079.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5dd60da832143f14c5637ed5ca281215351e24f7ba79fc01ddc4e64880999c71 | shasum -a 256