Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 februari 2002

Alinea 116 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 februari 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 februari 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AD9714.

Met betrekking tot grief 23 is het College van oordeel dat de raad van tucht terecht heeft geoordeeld dat het voor de hand zou hebben gelegen dat appellante ook bij de Ondernemingskamer waar betrokkene de gewraakte verklaring heeft afgelegd, de vermeende onjuistheid ter sprake zou hebben gebracht en dat, nu dat achterwege is gebleven, dit klachtonderdeel ongegrond dient te worden verklaard. Hierbij moet naar het oordeel van het College in aanmerking worden genomen dat appellante als vertegenwoordiger van een aantal leden van Heino Krause in de procedure bij de Ondernemingskamer betrokken was en dat zij in deze hoedanigheid uitdrukkelijk in die procedure in de gelegenheid is gesteld betrokkene te ondervragen. Appellante heeft weliswaar van die gelegenheid gebruik gemaakt maar heeft om haar moverende redenen niet de in haar klacht genoemde punten aan de orde gesteld. Onder deze omstandigheden kan zij niet eerst in de tuchtprocedure aan betrokkene verwijten dat betrokkene een verklaring heeft afgelegd die op de in de klacht genoemde punten in strijd met de waarheid zou zijn. Grief 23 is ongegrond en moet worden verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dd60da832143f14c5637ed5ca281215351e24f7ba79fc01ddc4e64880999c71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dd60da832143f14c5637ed5ca281215351e24f7ba79fc01ddc4e64880999c71, en de alinea staat in dat document op bytes 33086 tot 34235.