Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 februari 2002

Alinea 83 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 februari 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 februari 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AD9714.

5.1 De grieven 3 tot en met 19 stellen aan de orde de beoordeling door de raad van tucht van klachtonderdeel A en klachtonderdeel B. Alvorens deze grieven te behandelen zal het College ingaan op het door betrokkene gevoerde preliminaire verweer waarmee aan de orde wordt gesteld of, niettegenstaande de tijd die is verstreken tussen enerzijds het moment waarop de gedragingen die het voorwerp van de klacht vormen en het moment waarop appellante zich van het eventueel tuchtrechtelijk laakbare karakter van deze gedragingen bewust werd, en anderzijds het moment waarop appellante deze gedragingen ter kennis bracht van de raad van tucht, deze raad de door appellante ingediende klacht reeds vanwege dit tijdsverloop ongegrond had dienen te verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dd60da832143f14c5637ed5ca281215351e24f7ba79fc01ddc4e64880999c71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dd60da832143f14c5637ed5ca281215351e24f7ba79fc01ddc4e64880999c71, en de alinea staat in dat document op bytes 17250 tot 18013.