Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 maart 2002
Alinea 35 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 maart 2002
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 maart 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE1145.
Het College overweegt tenslotte dat de raad van tucht terecht heeft geoordeeld dat het bestaan van een geheimhoudingsverklaring aan het voorgaande niet afdoet. Een onvolledig en onvoldragen stuk als hier aan de orde, dat betrekking heeft op gedragingen van een persoon, die zelf nog niet op de feitelijke bevindingen heeft kunnen reageren, behoort, zoals hiervoor is uiteengezet, niet aan de opdrachtgever te worden verstrekt. Overigens merkt het College met betrekking tot de geheimhouding die in de bestreden tuchtbeslissing aan de orde is gesteld, op dat de inhoud van een forensisch rapport grote gevolgen kan hebben voor de reputatie van degenen omtrent wie wordt gerapporteerd. De door de betrokken accountant te betrachten zorgvuldigheid brengt mee dat hij moet voorzien in adequate waarborgen om te voorkomen dat een stuk als hier aan de orde, in de openbaarheid komt. Het enkele verlangen van een geheimhoudingsverklaring is daartoe niet voldoende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a3acf8dca77a1d5a890a1e766b5b637d7989e7d3df4fd5356c10f083c84bc98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a3acf8dca77a1d5a890a1e766b5b637d7989e7d3df4fd5356c10f083c84bc98, en de alinea staat in dat document op bytes 13577 tot 14547.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9a3acf8dca77a1d5a890a1e766b5b637d7989e7d3df4fd5356c10f083c84bc98 | shasum -a 256