Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 maart 2002

Alinea 58 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 maart 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 maart 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE1145.

Bij de beoordeling van deze grief stelt het College voorop dat ter beoordeling van de raad van tucht, en dus ook van het College, stonden de klachten die op 26 november 1999 en 14 maart 2000 zijn ingediend. De klachten hebben derhalve betrekking op gedragingen die tot en met 14 maart 2000 hebben plaatsgevonden. Gebleken is dat K en L op 7 maart 2001 een derde klacht hebben ingediend tegen onder meer (de voorbereiding van) het eindrapport van 15 mei 2000 en dat zij dit rapport bewust buiten de twee eerste klachten hebben gehouden. Naar het oordeel van het College biedt hetgeen K en L hebben aangevoerd, onvoldoende grond voor het oordeel dat zij op 14 maart 2000 verkeerden in de situatie dat zij te weinig gelegenheid hadden gekregen om op vragenlijsten en concepten te reageren. De grief faalt dus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a3acf8dca77a1d5a890a1e766b5b637d7989e7d3df4fd5356c10f083c84bc98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a3acf8dca77a1d5a890a1e766b5b637d7989e7d3df4fd5356c10f083c84bc98, en de alinea staat in dat document op bytes 20295 tot 21114.