Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 april 2002

Alinea 53 College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 april 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 april 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE2368.

Naar het oordeel van het College kan verweerster, ook zonder dat sprake is van een oordeel van de strafrechter inzake de vraag of een (kandidaat)bestuurder van een effecteninstelling een tenlastegelegd strafbaar feit heeft gepleegd, in geval van een strafrechtelijk onderzoek op basis van zulk een verdenking, zich in beginsel redelijkerwijs op het standpunt stellen dat de betrouwbaarheid van de betreffende (kandidaat)bestuurder niet buiten twijfel staat. Met name met het oog op de borging van het maatschappelijk vertrouwen in de financiële markten en instellingen, één van de centrale doelstellingen van de Wte 1995, kan verweerster een verdenking van het Openbaar Ministerie ter zake van een relevant strafbaar feit naar het oordeel van het College in redelijkheid aanmerken als "overig antecedent" in de zin van de Beleidsregel. Het College onderschrijft het standpunt van verweerster, inhoudende dat met name een verdenking als in dit geval in aanmerking dient te worden genomen bij het beoordelen van de betrouwbaarheid van de (kandidaat)bestuurder van een effecteninstelling. In dit verband is van belang dat de betreffende delicten zijn opgenomen in bijlage A1 respectievelijk A2 van de Beleidsregel. Dat de verdenking van de Officier van Justitie niet serieus dient te worden genomen, is gesteld noch gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1bd815f0d869dc58299dcae18d338a67a28902baf2431c8183c37b1b91fcdd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1bd815f0d869dc58299dcae18d338a67a28902baf2431c8183c37b1b91fcdd0, en de alinea staat in dat document op bytes 20507 tot 21845.