Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 april 2002

Alinea 56 College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 april 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 april 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE2368.

Dat appellant als bestuurder van K tenminste één cliënt van K - in zijn beroepschrift spreekt appellant over "cliënten" - de mogelijkheid heeft geboden gebruik te maken van een rekening van een door appellant in privé beheerste vennootschap, heeft geleid tot een vermenging van zakelijke en persoonlijke gelden die appellant had behoren te vermijden. Het College neemt hierbij in aanmerking dat appellant, naar hij desgevraagd heeft verklaard, zich niet geeft vergewist van de herkomst van de betreffende gelden, terwijl hij evenmin een afdoende verklaring heeft gegeven voor de noodzaak deze gelden tijdelijk op een rekening van Y te storten. Dat de betreffende cliënt van K doende zou zijn geweest met een herschikking van kapitaal, maakt niet duidelijk waarom deze herschikking moest plaatsvinden via de Nederlandse Antillen, laat staan waarom geen andere rekening dan die van Y gebruikt had kunnen worden. Door toe te staan dat gelden van in ieder geval één cliënt van K op de rekening van Y zijn gestort, heeft appellant de schijn gewekt van een vermenging van zakelijke en persoonlijke belangen, en een niet te rechtvaardigen risico genomen van het optreden van zulk een vermenging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1bd815f0d869dc58299dcae18d338a67a28902baf2431c8183c37b1b91fcdd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1bd815f0d869dc58299dcae18d338a67a28902baf2431c8183c37b1b91fcdd0, en de alinea staat in dat document op bytes 22724 tot 23934.