Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 juli 2002

Alinea 137 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 juli 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 juli 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE4823.

Ten aanzien van de argumenten van appellanten met betrekking tot de belangenafweging wijst verweerder er op dat verweerder bij het totstandkomen van de beleidsnotitie naast de belangen van de industrie en van de gebruikers, oog heeft gehad voor de maatschappelijke aspecten van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, waaronder de risico's voor mens en milieu. Zo is prioriteit gegeven aan de beoordeling van oude werkzame stoffen met een hoog risicoprofiel voor mens en milieu. Deze werkzame stoffen zijn veelal opgenomen op de A-lijst. Voorts kan bij het nemen van een besluit tot procedurele verlenging rekening worden gehouden met economische belangen. Artikel 5, eerste lid, derde volzin, van de Bmw geeft verweerder een discretionaire bevoegdheid. Nu er in de onderhavige gevallen geen aanzienlijke milieurisico's zijn en appellanten hier evenmin melding van hebben gemaakt, terwijl het niet aan de toelatinghouders te wijten is dat de behandeling van hun aanvragen meer tijd vergt, heeft verweerder hun belangen in redelijkheid kunnen laten prevaleren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e952b67c35627143116a8f2ffd411c48224181d1a0bb24428d133288afc74e24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e952b67c35627143116a8f2ffd411c48224181d1a0bb24428d133288afc74e24, en de alinea staat in dat document op bytes 30215 tot 31285.