Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 september 2002

Alinea 113 College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 september 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 september 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE7398.

zand- en lössgronden zijn de criteria van artikel 1, eerste lid, onderdeel ac, van de Meststoffenwet toegepast. (…). Een perceel geldt als uitspoelingsgevoelige grond als bij ten minste twee derde deel van het perceel (i) de gemiddeld hoogste grondwaterstand (wintersituatie) dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld ligt, èn (ii) de gemiddeld laagste grondwaterstand (zomersituatie) dieper dan 120 centimeter onder het maaiveld ligt. Het gaat daarbij om de grondwatertrappen in de klassen 6, 7 en 8 volgens de indeling van het toenmalige Staring Centrum; in deze indeling worden 8 klassen onderscheiden, waarbij klasse 1 de hoogst denkbare grondwaterstand aangeeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2aea5736b72b603cd74922bc10779ccebc519be6e9e4210609bad5c53851e64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2aea5736b72b603cd74922bc10779ccebc519be6e9e4210609bad5c53851e64, en de alinea staat in dat document op bytes 20053 tot 20740.