Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2002

Alinea 128 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AF0388.

Voorts overweegt het College dat de stelling van appellanten dat de gemeenteraad bij het vaststellen van zodanige verordening geen acht zou mogen slaan op andere belangen dan het tegengaan van goklust tegenover het tegemoet te komen aan speelbehoefte van het publiek, in tegenspraak is met de wetsgeschiedenis. Hieruit blijkt immers dat de wetgever ten algemene heeft beoogd een bestaande speelbehoefte in geordende banen te leiden, en voor de regeling inzake speelautomaten een viertal uitgangspunten heeft genomen, waaronder een redelijke mate van zekerheid omtrent naleving en handhaafbaarheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ff7c5113aafbfb984a8ac2e5248a103d2e9e6cd40f3e0b14b5a24ff28ab3ada. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ff7c5113aafbfb984a8ac2e5248a103d2e9e6cd40f3e0b14b5a24ff28ab3ada, en de alinea staat in dat document op bytes 47982 tot 48593.