Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2002

Alinea 137 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AF0388.

De burgemeester heeft zich bij zijn besluit van 7 september 2001 terecht op het standpunt gesteld dat de op 20 maart 2001 door A nader toegezonden stukken, in het bijzonder de erkenningsvoorwaarden van de VAN en de informatie inzake de KEMA-certificering, geen uitsluitsel geven over de vraag of de (beoogd) bedrijfsleider en de beheerder van een door A te houden speelautomatenhal over de ingevolge de Wet vereiste kennis beschikten. Aangezien op het moment waarop de burgemeester wel in het bezit was gekomen van alle relevante informatie met betrekking tot de aanvraag van A, reeds een vergunning was verleend aan E, was de burgemeester op grond van artikel 2, onder c, van de Verordening gehouden de vergunningaanvraag van A af te wijzen, zoals hij bij het besluit van 7 september 2001 heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ff7c5113aafbfb984a8ac2e5248a103d2e9e6cd40f3e0b14b5a24ff28ab3ada. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ff7c5113aafbfb984a8ac2e5248a103d2e9e6cd40f3e0b14b5a24ff28ab3ada, en de alinea staat in dat document op bytes 52104 tot 52920.