Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2002
Alinea 94 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2002
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AF0388.
De zeggenschap van de gemeenteraad ingevolge artikel 30c, eerste lid en onder c, van de Wet heeft naar de kennelijke bedoeling van de wetgever uitsluitend betrekking op de vraag of het exploiteren van speelautomatenhallen in de gemeente dient te worden verboden, dan wel in beperkte mate met vergunning kan worden toegestaan. Het vorenstaande brengt mee dat een gemeenteraad, die van de bevoegdheid van artikel 30c, eerste lid en onder c, gebruik wil maken, slechts tot abstracte en zelfstandige normstelling bevoegd is. Of hiervan bij een gebiedsaanwijzing sprake is, wordt bepaald door de aard van het besluit en niet door het feit dat die aanwijzing in een verordening is opgenomen. Indien beperking van de werkingssfeer tot een bepaald gebied verband houdt met de 'zin' van de norm, kan die beperking onderdeel uitmaken van de abstracte en zelfstandige normstelling. Appellanten wijzen in dit verband op de leefmilieuverordening ingevolge de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, welke verordening juist tot stand komt ten behoeve van een specifiek (achterstands)gebied. In het onderhavige geval staat de gebiedsaanwijzing echter los van de zelfstandige normstelling, te weten het verbod behoudens vergunning. Als het horecaconcentratiegebied van Bussum zich op grond van toekomstige ontwikkelingen verplaatst of er een tweede vergelijkbaar gebied komt, zal er, zonder dat er sprake zal zijn van enig verband met de betekenis en ratio van de normstelling een ander aanwijzingsbesluit genomen moeten worden. Als de gemeenteraad het wenselijk acht dat in het onderhavige geval een specifiek gebied wordt aangewezen, dient hij te kiezen voor een stelsel waarbij burgemeester en wethouders, als het tot uitvoering bevoegde dagelijks bestuur, daartoe bevoegd worden verklaard. Op een dergelijk besluit is hoofdstuk 3 rechtstreeks en onverkort van toepassing en tegen zo'n besluit staan bovendien de Awb-rechtsmiddelen open. Door de gebiedsaanwijzing als regelgeving te bestempelen wordt de toepasselijkheid van de Awb in strijd met de beginselen van behoorlijke regelgeving onnodig gefrustreerd. Appellanten concluderen op grond van het vorenstaande dat het bezwaar tegen de (vaststelling van de) gebiedsaanwijzing in de Verordening ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ff7c5113aafbfb984a8ac2e5248a103d2e9e6cd40f3e0b14b5a24ff28ab3ada. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ff7c5113aafbfb984a8ac2e5248a103d2e9e6cd40f3e0b14b5a24ff28ab3ada, en de alinea staat in dat document op bytes 28736 tot 31025.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ff7c5113aafbfb984a8ac2e5248a103d2e9e6cd40f3e0b14b5a24ff28ab3ada | shasum -a 256