Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 december 2002
Alinea 115 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 december 2002
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 december 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AF3229.
Met betrekking tot hetgeen in het beroepschrift is opgemerkt over (a) het karakter van de verlaging van de tegemoetkoming in de schade, dat volgens appellant punitief is, (b) de (on)verbindendheid van de Verordening en (c) het gelijkheidsbeginsel, verwijst het College opnieuw naar zijn uitspraken van 29 februari 2000 (AWB 98/140 en AWB 99/49), waarin de desbetreffende argumenten zijn beoordeeld en verworpen. Voorts wordt gewezen op rechtsoverweging 5.2 van de uitspraak van 8 februari 2001 (AWB 98/227; www.rechtspraak.nl, LJN-nummer AB0037), waarin het College zijn jurisprudentie in dezen heeft bevestigd. De ter zitting van 19 juni 2001 door appellant gegeven nadere invulling van het beroep op het gelijkheidsbeginsel, zoals hierboven weergegeven in paragraaf 3.3, vormt voor het College geen grond voor een ander oordeel dan is neergelegd in zijn eerdere uitspraken. Anders dan appellant meent, impliceert de omstandigheid dat mede op toeval berust of een bedrijf preventief of besmet wordt geruimd, niet dat het door verweerder gemaakte onderscheid in tegemoetkoming in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur, daargelaten of een verlaging van de tegemoetkoming in de schade bij preventief geruimde bedrijven rechtens toelaatbaar zou zijn geweest. De omstandigheid dat bij een aantal van de in 1997/1998 preventief geruimde bedrijven achteraf door middel van laboratoriumonderzoek de aanwezigheid van varkenspest is vastgesteld maakt dit, zoals het College in meergenoemde uitspraken heeft overwogen, niet anders. Daargelaten dat het een relatief kleine groep bedrijven betrof, naar door verweerder gesteld en door appellant niet gemotiveerd bestreden eenenzestig van de in totaal ongeveer dertienhonderd preventief geruimde bedrijven, ziet het College geen plaats voor het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid - mede gelet op de noodzaak zich te verzekeren van voldoende draagvlak voor het preventief ruimen - de situatie ten tijde van het nemen van het besluit tot doding van de dieren op het betreffende bedrijf bepalend heeft kunnen achten voor het antwoord op de vraag of sprake is van preventieve of besmette ruiming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51d90d987f530c466d5d9d7fcf69370010c789de8325b50cbf799c093b8bb403. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51d90d987f530c466d5d9d7fcf69370010c789de8325b50cbf799c093b8bb403, en de alinea staat in dat document op bytes 37953 tot 40132.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/51d90d987f530c466d5d9d7fcf69370010c789de8325b50cbf799c093b8bb403 | shasum -a 256