Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 december 2002

Alinea 69 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 december 2002

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 december 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AF7204.

Dat verweerder dezelfde opvatting is toegedaan, leidt het College af uit het feit dat verweerder voorafgaand aan diens brief van 19 november 1999 - zij het wederom slechts telefonisch - ook bij C informatie heeft ingewonnen naar de achtergrond van de op 31 december 1997 ontvangen overdrachtsmelding en mede naar aanleiding daarvan aan appellant heeft verzocht bewijsstukken over te leggen. Vaststaat dat C in dit verband heeft meegedeeld de onderhavige mestproductierechten niet van appellant, doch van diens rechtsvoorganger D te hebben gekocht. Indien verweerder alvorens op het bezwaar van appellant te beslissen appellant in aanwezigheid van C, als derde-belanghebbende, zou hebben gehoord, valt geenszins uit te sluiten dat verweerder omtrent de door hem in zijn brief van 19 november 1999 opgeworpen vraag of wellicht aan C derdenbescherming toekwam, duidelijkheid had kunnen verkrijgen. Door dit na te laten en appellant en C, in strijd met het bepaalde in artikel 7:6, eerste lid, van de Awb, afzonderlijk en slechts telefonisch te horen, heeft verweerder bijgedragen aan het voortduren van onzekerheid dienaangaande en kunnen de gevolgen daarvan niet zonder meer op appellant worden afgewenteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a57857e4b4145fd3118dae0f450e9c2468cfc9ce9cbf391e655978b8cb93b60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a57857e4b4145fd3118dae0f450e9c2468cfc9ce9cbf391e655978b8cb93b60, en de alinea staat in dat document op bytes 24216 tot 25434.