Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 januari 2003

Alinea 253 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 januari 2003

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 januari 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AF2740.

5.5 Naar het oordeel van het College treft het betoog van appellant dat de doding van de verdachte dieren op 3 mei 2001 onrechtmatig was, omdat op die datum de in artikel 5, eerste lid, van het Besluit genoemde termijn van de verdachtverklaring van 21 dagen was verstreken waardoor de grondslag aan het besluit tot doding was komen te ontvallen, geen doel. Nu verweerder binnen 21 dagen na het nemen van het besluit tot verdachtverklaring van de dieren van appellant, met de noodvaccinatie van deze dieren een aanvang had gemaakt met de uitvoering van het besluit waarvan vaccinatie en doding onlosmakelijk met elkaar verbonden bestanddelen vormen, kon het termijnvoorschrift van genoemd artikel 5, eerste lid, geen beletsel vormen voor de verdere uitvoering van dit besluit, waartoe verweerder ingevolge het gemeenschapsrecht gehouden was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6eb59fdf0c34c21047d1769678135ec9d813262442af95735104c7830c81dfc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6eb59fdf0c34c21047d1769678135ec9d813262442af95735104c7830c81dfc, en de alinea staat in dat document op bytes 78314 tot 79167.