Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 maart 2003
Alinea 98 College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 maart 2003
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 maart 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AF7150.
De bevoegdheid als neergelegd in artikel 7, eerste lid, van de E-wet 1998 moet strikt worden geïnterpreteerd Voor bedrijfsvertrouwelijke gegevens geldt de hoofdregel dat deze gegevens door niemand mogen worden ingezien. Aan deze hoofdregel kan slechts worden gederogeerd op grond van een expliciete wettelijke grondslag. De bevoegdheid van een overheidsorgaan om gegevens op te vragen moet restrictief worden uitgelegd, zoals blijkt uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ten aanzien van artikel 8 EVRM. Op grond van artikel 8 EVRM dienen burgers (en tevens ondernemingen) verschoond te blijven van inmenging door de overheid. In Nederland heeft de President van de Rechtbank te 's-Gravenhage in een uitspraak van 19 juli 1996 geoordeeld dat onder omstandigheden de bescherming van bedrijfsgegevens op een lijn moet worden gesteld met het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De inmenging van de overheid moet noodzakelijk en proportioneel zijn. Dit wijst in de richting van een strikte interpretatie van artikel 7, eerste lid, van de E-wet 1998. Artikel 7, tweede lid, van de E-wet 1998 wijst in gelijke richting nu slechts de medewerking verleend dient te worden die redelijkerwijs gevorderd kan worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/922d2e28dd5400406e21878f171c8e19157255ec8c75f683c147045647d6d75b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 922d2e28dd5400406e21878f171c8e19157255ec8c75f683c147045647d6d75b, en de alinea staat in dat document op bytes 28492 tot 29761.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/922d2e28dd5400406e21878f171c8e19157255ec8c75f683c147045647d6d75b | shasum -a 256