Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 april 2003

Alinea 56 College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 april 2003

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 april 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AF8380.

Het Bhv vindt zijn grondslag in artikel 25 Whv, dat is bedoeld voor groepen van gevallen, waarbij bepaling van de hoogte van het varkensrecht overeenkomstig hoofdstuk II en artikel 24 van de wet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. De bepalingen van paragraaf 3 van hoofdstuk 2 Bhv (artt. 9 e.v.) zijn blijkens het opschrift van deze paragraaf bedoeld voor gevallen, waarin sprake is van investeringen ten behoeve van uitbreiding binnen niet-benutte mestproductierechten. Artikel 9 legt derhalve een duidelijke relatie tussen voorheen niet benutte mestproductierechten (de latente ruimte) van een bedrijf en het ter benutting van die mestproductierechten voor de varkenshouderij aanvragen/verkrijgen van een milieuvergunning (c.q. melding ingevolge artikel 8.19 Wet milieubeheer), nu het betrokken bedrijf geacht wordt in verband hiermee investeringsverplichtingen te zijn aangegaan. Indien aan de cumulatieve voorwaarden van (het gewijzigde) artikel 9 Bhv wordt voldaan kan het uit de Whv voortvloeiende varkensrecht van een bedrijf worden vergroot.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03a5cf9aca4c7c4880a387e55f19d4b7ef51ca5338ad9f06b3bc6bf26a467bce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03a5cf9aca4c7c4880a387e55f19d4b7ef51ca5338ad9f06b3bc6bf26a467bce, en de alinea staat in dat document op bytes 22340 tot 23414.