Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juni 2003
Alinea 82 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juni 2003
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juni 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AI0105.
Naar voorlopig oordeel leidt een en ander ertoe dat bij onduidelijkheden in de regelgeving, voor de beantwoording van de vraag of aanspraken op varkensrechten kunnen worden ontleend aan een uitleg van de bepalingen van het Bhv, die afwijkt van de door verweerder daaraan gegeven uitleg, gewicht toekomt aan datgene wat redelijkerwijs rechtstreeks kan worden afgeleid uit de tekst van het Bhv. In dat licht bezien kan een uitleg als door verzoekster voorgestaan onder omstandigheden als voldoende dragend worden aanvaard om tot bepaalde aanspraken te kunnen leiden, ook als die leidt tot de a prima vista merkwaardige consequentie dat een ondernemer (ten behoeve van wiens veronderstelde investeringsverplichtingen door de wetgever een beroep op de onderhavige hardheidsbepaling is mogelijk gemaakt) kan profiteren van die begunstigende regeling terwijl hij het object van zijn investeringsverplichting (de locatie waarvoor de milieuvergunning is verleend) inmiddels van de hand heeft gedaan. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat een zodanige uitleg aan aanvaardbaarheid wint, indien daarbij bedacht wordt dat - naar verweerder heeft bevestigd ter zitting - geen twijfel erover bestaat dat de onvoorwaardelijke varkensrechten ingevolge de onderhavige bepalingen van het Bhv zouden worden behouden, indien verzoekster de huisvesting op de inrichting direct zelf had doen bouwen en vervolgens - bijvoorbeeld al in 1999 - aan L had overgedragen en zij vervolgens vervangende huisvesting voor het benutten van de varkensrechten eveneens via een pachtcontract met de gebr. E tot stand had gebracht. Voorts is door verweerder niet weersproken de stelling van verzoekster dat L in verband met de verwerving van de onderhavige locatie van verzoekster geen aanspraak heeft (en ook niet daarom verzocht heeft) op extra varkensrechten op grond van het Bhv. Tegen de achtergrond van de opvatting dat de wetgever niet beoogd zal hebben de overdracht van bedrijven en bedrijfsonderdelen te bevriezen - een opvatting die verzoekster bij gebreke van uitdrukkelijke wettelijke bepalingen die zich tegen die opvatting verzetten in redelijkheid kan huldigen - en in het licht van de systematiek van de Whv en Bhv, waarbij aan de hand van globale generieke aanknopingspunten (zoals een in een bepaalde periode gevraagde en verkregen milieuvergunning) aanspraken worden toegekend, is deze uitleg dan ook niet op voorhand als volkomen onbegrijpelijk te verwerpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1211e4f463f277c8aa00ccec2335758efd363ee1d5b1371f6dc593a4ca4d9ffc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1211e4f463f277c8aa00ccec2335758efd363ee1d5b1371f6dc593a4ca4d9ffc, en de alinea staat in dat document op bytes 24008 tot 26481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1211e4f463f277c8aa00ccec2335758efd363ee1d5b1371f6dc593a4ca4d9ffc | shasum -a 256