Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juni 2003
Alinea 91 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juni 2003
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juni 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AI0105.
5.9 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in het licht van het vorenoverwogene en gezien het gegeven dat verzoekster in ieder geval sedert verweerders besluit van 30 juli 2002 in de gerechtvaardigde veronderstelling heeft verkeerd dat zij rechtmatig een varkensstal met daarin enkele duizenden varkens exploiteerde, in strijd gehandeld met het vertrouwens- c.q. het rechtszekerheidsbeginsel door - wat er ook zij van de vraag hoe artikel 9, tweede lid, sub b, Bhv dient te worden uitgelegd - voornoemd besluit in te trekken zonder dat aan verzoekster een overgangs- c.q. een afbouwperiode is gegund. Van verzoekster kan - mede gelet op het feit dat zij met ingang van die datum formeel in overtreding is van het verbod, neergelegd in artikel 15 Whv - onder de gegeven omstandigheden niet worden verlangd dat zij, ook teneinde niet het risico te lopen van strafrechtelijke vervolging, haar bedrijfsactiviteiten daags na het bestreden besluit beëindigt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1211e4f463f277c8aa00ccec2335758efd363ee1d5b1371f6dc593a4ca4d9ffc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1211e4f463f277c8aa00ccec2335758efd363ee1d5b1371f6dc593a4ca4d9ffc, en de alinea staat in dat document op bytes 30317 tot 31307.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1211e4f463f277c8aa00ccec2335758efd363ee1d5b1371f6dc593a4ca4d9ffc | shasum -a 256