Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 september 2003

Alinea 62 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 september 2003

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 september 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AL8124.

Verweerders standpunt dat de plicht opgenomen in de tweede volzin van artikel 15.6 van de Tw tevens niet geldt in het geval mondeling (telefonische) de zienswijze naar voren wordt gebracht, omdat het initiatief van betrokkene uitgaat en er dan geen sprake is van een situatie dat om informatie wordt gevraagd, onderschrijft de rechtbank niet zonder meer. In het kader van de mondelinge zienswijzeprocedure kan de verplichting tot het geven van de cautie slechts afwezig worden geacht zolang deze procedure niet het karakter van een verhoor krijgt. Indien hetgeen tijdens de zienswijze door betrokkene naar voren is gebracht door verweerder gehanteerd wordt als een terzake van een overtreding afgelegde verklaring als bedoeld in de eerste volzin van artikel 15.6 van de Tw, waaraan betrokkene wordt gehouden en waarop niet licht teruggekomen kan worden, dan bestaat gelet op de ratio van de cautieregel de in de tweede volzin van artikel 15.6 van de Tw opgenomen verplichting wel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f8010faa51f49cd6ad935a54fa3be4ab0e30f8eff8d5b857371f17aa746187c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f8010faa51f49cd6ad935a54fa3be4ab0e30f8eff8d5b857371f17aa746187c, en de alinea staat in dat document op bytes 18477 tot 19471.