Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 september 2003

Alinea 75 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 september 2003

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 september 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AL8124.

De cautieplicht van artikel 15.6 Tw geldt niet als een betrokkene overeenkomstig artikel 4:8 Awb schriftelijk in de gelegenheid wordt gesteld schriftelijk of mondeling zijn zienswijze kenbaar te maken. Bij het schriftelijk wijzen op de mogelijkheid een zienswijze kenbaar te maken, is de mogelijkheid dat de betrokkene door de ambtenaar "geprest" wordt voor zichzelf een belastende verklaring af te leggen veel geringer. Voorts heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de mondelinge zienswijzeprocedure reeds het karakter van een verhoor krijgt als de betrokkene een zichzelf incriminerende verklaring aflegt, ook als hij dat geheel vrijwillig doet zonder dat hem vragen gesteld zijn die het karakter van een verhoor hebben. Uit de verslagen van de met gedaagde gevoerde telefoongesprekken blijkt dat deze niet het karakter van een verhoor droegen. De rechtbank heeft dit miskend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f8010faa51f49cd6ad935a54fa3be4ab0e30f8eff8d5b857371f17aa746187c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f8010faa51f49cd6ad935a54fa3be4ab0e30f8eff8d5b857371f17aa746187c, en de alinea staat in dat document op bytes 24506 tot 25407.