Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 januari 2004
Alinea 193 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 januari 2004
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 januari 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AO2133.
De gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn (91/414) gaat uit van het principe dat een middel slechts is toegelaten als gebleken is dat er geen onaanvaardbare risico's zijn. Dit principe heeft betrekking op de toelating van middelen waarvan de werkzame stof in EU-verband is beoordeeld. Dit is ook het einddoel van de richtlijn: namelijk dat alle werkzame stoffen in EU-verband zijn beoordeeld op hun risico's. Dan moet ook een hoog beschermingsniveau gelden. Momenteel bevinden wij ons in een overgangsperiode waarin veel bestaande werkzame stoffen nog niet in EU-verband zijn beoordeeld. Hierover gaat artikel 8, tweede lid. Artikel 8, derde lid is derhalve niet aan de orde. Gedurende de overgangsperiode mogen de lidstaten middelen met nog niet beoordeelde stoffen nog volgens natuionaal inzicht omtrent de aanvaardbaarheid van de risico's toelaten in afwijking van de communautaire eisen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79db2deee60a343cdf7f44c46974a08cbebf7d80747c743ac4ff0fd11a688b14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79db2deee60a343cdf7f44c46974a08cbebf7d80747c743ac4ff0fd11a688b14, en de alinea staat in dat document op bytes 43997 tot 44898.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79db2deee60a343cdf7f44c46974a08cbebf7d80747c743ac4ff0fd11a688b14 | shasum -a 256