Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 januari 2004
Alinea 259 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 januari 2004
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 januari 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AO2133.
Zowel verweerder als LTO stelt zich op het standpunt dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Nu verzoekster geen verzoeken om voorlopige voorziening heeft ingediend tegen de drie in 2003 uitgevaardigde vrijstellingsregelingen, die sterke gelijkenis vertonen met de onderhavige regeling, had zij bij dergelijke verzoeken kennelijk geen spoedeisend belang. Niet valt in te zien waarom zij dat thans wel zou hebben. De regeling geldt voor een korte periode en voor een relatief beperkt aantal middelen en nauwkeurig omschreven toepassingen. Verzoekster heeft de door haar gestelde ernst van de milieuschade tengevolge van de regeling onvoldoende onderbouwd. LTO heeft hieraan nog toegevoegd dat haar van de door verzoekster gestelde "eerdere terughoudendheid" bij het voeren van juridische procedures niets is gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79db2deee60a343cdf7f44c46974a08cbebf7d80747c743ac4ff0fd11a688b14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79db2deee60a343cdf7f44c46974a08cbebf7d80747c743ac4ff0fd11a688b14, en de alinea staat in dat document op bytes 56676 tot 57568.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79db2deee60a343cdf7f44c46974a08cbebf7d80747c743ac4ff0fd11a688b14 | shasum -a 256