Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 januari 2004
Alinea 289 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 januari 2004
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 januari 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AO2133.
De voorzieningenrechter volgt derhalve niet het ter zitting van 9 januari 2004 door verweerder, met verwijzing naar de parlementaire behandeling van artikel 16aa Bmw, ingenomen standpunt dat tijdens de overgangsperiode slechts artikel 8, tweede lid, van de richtlijn van toepassing is en dat het derde lid van deze bepaling "niet aan de orde" is. Immers, artikel 8, tweede lid, van de richtlijn bepaalt als gezegd expliciet dat de daarin getroffen voorziening geldt onverminderd het derde lid, terwijl in dit derde lid wordt gesproken van een overeenkomstig het tweede lid te onderzoeken werkzame stof. De voorzieningenrechter ziet dan ook niet in waarom tijdens de in artikel 8, tweede lid, van de richtlijn genoemde en inmiddels krachtens de verordening verlengde periode behalve het tweede niet ook het derde lid van artikel 8 van de richtlijn van toepassing zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79db2deee60a343cdf7f44c46974a08cbebf7d80747c743ac4ff0fd11a688b14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79db2deee60a343cdf7f44c46974a08cbebf7d80747c743ac4ff0fd11a688b14, en de alinea staat in dat document op bytes 75841 tot 76725.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79db2deee60a343cdf7f44c46974a08cbebf7d80747c743ac4ff0fd11a688b14 | shasum -a 256