Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 juni 2004

Alinea 24 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 juni 2004

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 juni 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AP5962.

3.2.2 In de praktijk zal het zeer lang wachten met het indienen van een tuchtklacht tegen een accountant niet vaak voorkomen, indien het om een serieuze klacht gaat die de klager er op goede gronden toe brengt een tuchtrechtelijke procedure aan te spannen. Echter, gezien de hiervoor genoemde omstandigheid dat in de Wet RA geen termijn voor het indienen van een klacht is opgenomen, gevoegd bij de door de wetgever beoogde laagdrempeligheid van het tuchtrecht, onder meer blijkend uit het feit dat het klachtrecht aan eenieder toekomt en dat aan het (indienen van) een klaagschrift geen (vorm)vereisten zijn gesteld, ziet het College geen, althans onvoldoende, grond voor het langs jurisprudentiële weg introduceren van een algemene rechtsplicht voor de indiener van een tuchtklacht tegen een accountant, zijn klacht op straffe van het niet inhoudelijk beoordelen daarvan binnen een bepaalde, redelijk te achten, termijn in te dienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff46a70297248ec8474dcdcd3148709efaf146fea82fef0f515e13669a63f52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff46a70297248ec8474dcdcd3148709efaf146fea82fef0f515e13669a63f52, en de alinea staat in dat document op bytes 9497 tot 10446.