Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 juni 2004

Alinea 61 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 juni 2004

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 juni 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AP5962.

In het geval van [RA 2] geldt als bijkomende omstandigheid dat, nadat duidelijk was dat appellants dienstverband bij [L] zou worden beëindigd, appellant [RA 2] heeft verzocht de gang van zaken bij [L] onder vier ogen door te willen spreken, opdat appellant voor zichzelf de gang van zaken nog eens op een rij zou kunnen zetten en beter zou kunnen beoordelen of hij zichzelf al dan niet een verwijt moest maken. Appellant heeft een door hemzelf opgesteld verslag van dit gesprek overgelegd. De omstandigheid dat appellant later in de procedure heeft verzocht dit gespreksverslag als niet relevant te beschouwen, kan er niet aan afdoen dat uit de gedingstukken in elk geval blijkt dát een dergelijk gesprek tussen appellant en [RA 2] heeft plaatsgevonden. Gezien dit op verzoek van appellant gevoerde gesprek had [RA 2] naar het oordeel van het College hoegenaamd geen reden te veronderstellen dat appellant hem ([RA 2]) enig verwijt maakte terzake van zijn werkzaamheden voor [L], maar veeleer dat appellant vertrouwen in hem stelde. [RA 2] hoefde er dan ook niet op bedacht te zijn dat appellant hem jaren later opeens zou overvallen met een tuchtklacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff46a70297248ec8474dcdcd3148709efaf146fea82fef0f515e13669a63f52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff46a70297248ec8474dcdcd3148709efaf146fea82fef0f515e13669a63f52, en de alinea staat in dat document op bytes 27161 tot 28330.