Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 januari 2005

Alinea 277 College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 januari 2005

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 januari 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AS3610.

5.4.5 Indien de hiervoor geformuleerde prejudiciële vraag bevestigend wordt beantwoord, is het voor de beslechting van het geschil noodzakelijk te bezien of rechtsgevolgen moeten worden verbonden aan de omstandigheid dat de aanwezigheid van mkz wordt vastgesteld door een laboratorium dat niet is genoemd in bijlage B bij richtlijn 85/511/EEG. Indien artikel 11, eerste lid, van richtlijn 85/511/EEG aldus moet worden uitgelegd dat het niet voldoen aan deze bepaling geen rechtsgevolg heeft, kan onderzoek naar de stelling van appellanten dat het laboratoriumonderzoek naar de besmetting met mkz van de evenhoevige dieren van D door een laboratorium dat niet was genoemd in de bijlage bij richtlijn 85/511/EEG, achterwege blijven. Verweerder heeft in het hoofdgeding gesteld dat vermelding in de bijlage niet meer is dan een organisatorische verplichting. Naar verweerder heeft gesteld, zou een enkele brief aan de Commissie aangaande de gewijzigde organisatorische situatie voldoende zijn geweest. Aan het achterwege blijven van een dergelijke mededeling behoeven derhalve geen gevolgen met betrekking tot de bevoegdheid van ID-Lelystad B.V. te worden verbonden. Het College is niet op voorhand van de juistheid van deze stellingen overtuigd. Richtlijn 85/511/EEG bevat immers niet slechts een mededelingsplicht ten aanzien van het aangewezen nationale laboratorium, maar voorziet in artikel 17 in een specifieke besluitvormingsprocedure tot wijziging van de bijlage. Deze procedure is ook niet beperkt tot betrokkenheid van de Commissie. Daarnaast blijkt uit artikel 13, eerste lid, tweede en vierde gedachtestreepje, van richtlijn 85/511/EEG dat lidstaten niet volledig vrij zijn in de keuze van laboratoria waarvan zij opname in de bijlage bij richtlijn 85/511/EEG verzoeken, maar dat een laboratorium zich aan de hand van bepaalde eisen moet kwalificeren. Bovendien, zo blijkt uit artikel 13, tweede lid, van richtlijn 85/511/EEG, wordt communautair toezicht uitgeoefend, opdat de laboratoria vermeld in bijlage B bij richtlijn 85/511/EEG aan de eisen blijven voldoen. Het College ziet in het stelsel ten aanzien van laboratoria derhalve zowel formele als materiële argumenten die steun (kunnen) bieden aan de opvatting, dat niet-naleving van artikel 11 van richtlijn 85/511/EEG niet zonder rechtsgevolgen is. Derhalve is het geboden een vraag dienaangaande met het verzoek om een prejudiciële beslissing aan het Hof voor het leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2d73b3dea694909ac9bf4475c269b566a1852ca27e68096e146787db77524e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2d73b3dea694909ac9bf4475c269b566a1852ca27e68096e146787db77524e4, en de alinea staat in dat document op bytes 93601 tot 96055.