Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 januari 2005

Alinea 297 College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 januari 2005

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 januari 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AS3610.

5.5.4 Met betrekking tot het voorafgaande overweegt het College dat - anders dan appellanten hebben betoogd - niet kan worden staande gehouden dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn, uit artikel 8:42, eerste lid, Awb voortvloeiende, verplichting de op de onderhavige zaken betrekking hebbende stukken over te leggen. Immers, zoals uit het vorenstaande blijkt, had verweerder ten tijde van het nemen van de in geding zijnde besluiten niet de beschikking over de stukken waarvan appellanten willen kennisnemen teneinde te kunnen beoordelen of de van het bedrijf van D afkomstige monsters terecht positief zijn bevonden wat de aanwezigheid van mkz-virus betreft. Bedoelde stukken zijn dan ook niet aan te merken als op de onderhavige zaken betrekking hebbende stukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2d73b3dea694909ac9bf4475c269b566a1852ca27e68096e146787db77524e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2d73b3dea694909ac9bf4475c269b566a1852ca27e68096e146787db77524e4, en de alinea staat in dat document op bytes 107089 tot 107871.