Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 maart 2005
Alinea 57 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 maart 2005
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 maart 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AS9905.
Gezien het vorenoverwogene heeft AFM de grenzen van de haar ingevolge artikel 10 Bte toekomende beoordelingsruimte naar het oordeel van het College niet overschreden door het verrichten van privé-transacties in fondsen waarin ook voor cliënten van [X1] werd belegd, terwijl de ao/ic van [X1] ten tijde van deze transacties zodanige gebreken vertoonde dat niet kan worden vastgesteld of de transacties van enerzijds [appellant 1] en anderzijds de cliënten van [X1] steeds op juiste wijze zijn toegewezen, mede ten grondslag te leggen aan haar standpunt dat de betrouwbaarheid van [appellant 1] niet langer buiten twijfel staat. De door [appellant 1] gewekte schijn van vermenging van zijn persoonlijke belangen met de belangen van de cliënten van [X1] is schadelijk voor het vertrouwen van beleggers in effecteninstellingen en de effectenhandel in algemene zin. In de toelichting op de NR AEX 1997 is overwogen dat de schijn van vermenging van de belangen van de bestuurder van een effecteninstelling met de belangen van de cliënten van deze instelling raakt aan de integriteit van het effectenvak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba7439fdb1626c447a6fdc0b4c1724a189769515fc0f623f444f7a0c5c1b4f23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba7439fdb1626c447a6fdc0b4c1724a189769515fc0f623f444f7a0c5c1b4f23, en de alinea staat in dat document op bytes 22199 tot 23314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba7439fdb1626c447a6fdc0b4c1724a189769515fc0f623f444f7a0c5c1b4f23 | shasum -a 256