Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 maart 2005
Alinea 70 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 maart 2005
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 maart 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AS9905.
4.2 Nu de in § 2.2, onder a en c, van de aangevallen uitspraak zakelijk weergegeven bevindingen de conclusie van AFM over de deskundigheid en betrouwbaarheid van [appellant 1] en [appellant 2] afdoende wettigen, terwijl het verzoek van appellanten tot het horen van getuigen verband houdt met de in § 2.2, onder b, van de rechtbankuitspraak genoemde bevindingen, kan het horen van deze getuigen naar het oordeel van het College redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Gelet hierop wijst het College het verzoek tot het horen van getuigen met toepassing van artikel 8:63, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) juncto artikel 22, eerste lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie (hierna: Wbbo) af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba7439fdb1626c447a6fdc0b4c1724a189769515fc0f623f444f7a0c5c1b4f23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba7439fdb1626c447a6fdc0b4c1724a189769515fc0f623f444f7a0c5c1b4f23, en de alinea staat in dat document op bytes 28943 tot 29711.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba7439fdb1626c447a6fdc0b4c1724a189769515fc0f623f444f7a0c5c1b4f23 | shasum -a 256