Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 juni 2005

Alinea 86 College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 juni 2005

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 juni 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AT7786.

Dit betekent dat bedoelde nieuwkomers in beginsel hun eigen interconnectieprijs kunnen bepalen. In beginsel, omdat het tarief wel de toets van de redelijkheid moet kunnen doorstaan. Op grond van artikel 6.1 van het wetsvoorstel geldt immers een plicht tot interconnectie en als uitvloeisel daarvan een plicht tot het sluiten van interconnectie-overeenkomsten. Deze plicht geldt voor alle in artikel 6.1, eerste lid, genoemde aanbieders, derhalve ook voor aanbieders die niet zijn aangewezen als beschikkend over een aanmerkelijke macht. Het vragen van zeer hoge interconnectietarieven, dat wil zeggen tarieven van een zodanige hoogte dat van de (potentiële) wederpartij in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij daarmee akkoord gaat, moet dan ook worden beschouwd als een handelen in strijd met de in artikel 6.1 neergelegde verplichting tot interconnectie. Hierbij zij aangetekend dat het de OPTA is die op grond van een bij haar ingediende klacht moet beoordelen of er al dan niet sprake is van een redelijk tarief. (…)."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef47bc85ee899306bc4ab4c22c169e972bd5e581baa30d1ba3bc124bb5d04649. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef47bc85ee899306bc4ab4c22c169e972bd5e581baa30d1ba3bc124bb5d04649, en de alinea staat in dat document op bytes 18942 tot 19988.