Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 januari 2006
Alinea 24 College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 januari 2006
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 januari 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AV2113.
Met betrekking tot hetgeen appellante in dit verband nog heeft gesteld, namelijk dat de Wet RA de mogelijkheid van niet-ontvankelijkverklaring niet kent, overweegt het College nog het volgende. De Wet RA voorziet niet met zoveel woorden in de mogelijkheid dat de raad van tucht een klacht of klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaart. Artikel 40, eerste lid, Wet RA bepaalt dat de raad van tucht een tegen een registeraccountant gerezen bezwaar in behandeling neemt, hetzij op een bij de raad ingediende klacht, hetzij op verzoek van het bestuur van de Orde (het NIVRA), hetzij ambtshalve. Zoals volgt uit hetgeen het College reeds in eerdere uitspraken heeft overwogen, betekent zulks niet dat het de raad van tucht niet zou vrijstaan om in daarvoor in aanmerking komende gevallen (een aanvulling van) een klacht buiten behandeling te laten, bijvoorbeeld omdat algemene beginselen van zorgvuldig procederen zich tegen het in behandeling nemen verzetten. Naar algemeen juridisch taalgebruik leidt dit doorgaans tot de formulering dat de klacht of het klachtonderdeel niet-ontvankelijk wordt verklaard. Zoals het College onder meer in de eerder aangehaalde uitspraak van 25 oktober 2001 heeft overwogen, verdient het aanbeveling ten aanzien van een klachtonderdeel waarvan blijkt dat deze buiten behandeling moet blijven, in het dictum te bepalen dat dit klachtonderdeel ongegrond wordt verklaard. Dit, vanwege de omstandigheid dat de Wet RA, meer in het bijzonder artikel 52, eerste lid, van deze wet, niet spreekt over niet-ontvankelijkverklaring van een klacht, zodat misverstand over de beroepsmogelijkheid van een niet-ontvankelijk verklaard(e) klacht(onderdeel) kan ontstaan. Een tuchtbeslissing inhoudende het buiten behandeling laten of stellen van een bij de raad van tucht ingediend(e) klacht(onderdeel) is immers, gelet op de strekking van artikel 52 van de Wet RA, voor de toepassing van dat artikel gelijk te stellen met een ongegrondverklaring van het in de klacht besloten bezwaar en derhalve, volgens vaste jurisprudentie van het College, beroepbaar bij het College. Dat de raad van tucht in het voorliggende geschil deze aanbeveling niet heeft gevolgd, kan evenwel zonder gevolg blijven nu het bedoelde misverstand zich niet heeft voorgedaan, overigens ondanks het feit dat bij de brief waarmee de raad van tucht de beslissing aan appellante heeft toegestuurd, in weerwil van deze aanbeveling is opgemerkt dat appellante, voor zover de klacht ongegrond is verklaard, de mogelijkheid heeft hoger beroep in te stellen bij het College.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a40cc10f4128f2ab39ed6dc67bb69609992fe7a108a82f9712d6a059c3476aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a40cc10f4128f2ab39ed6dc67bb69609992fe7a108a82f9712d6a059c3476aa, en de alinea staat in dat document op bytes 9928 tot 12491.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a40cc10f4128f2ab39ed6dc67bb69609992fe7a108a82f9712d6a059c3476aa | shasum -a 256