Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 maart 2006

Alinea 55 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 maart 2006

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 maart 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AV5321.

3.5.1 Gezien de aard en ernst van het tuchtrechtelijk verwijt dat betrokkenen treft, acht het College oplegging van de maatregel van schriftelijke berisping passend en geboden. Betrokken hebben in ernstige mate onzorgvuldig gehandeld door in het stuk van 25 januari 2002 zonder deugdelijke grondslag conclusies te formulieren over, onder meer, de wijze waarop appellanten subsidiegelden hebben besteed en kosten hebben gedeclareerd. Daarbij neemt het College in aanmerking dat betrokkenen bij de verzending van deze rapportage onvoldoende hebben geborgd dat dit rapport niet ter kennis zou komen van de opdrachtgever met name doordat zonder gebleken noodzaak deze rapportage aan een werknemer van de provincie Flevoland is toegezonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e0d7f9557443fd4514390c2b4c1121d02d06a350b13a497bae87c0c8f9b3c10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e0d7f9557443fd4514390c2b4c1121d02d06a350b13a497bae87c0c8f9b3c10, en de alinea staat in dat document op bytes 22800 tot 23548.