Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 juli 2006

Alinea 68 College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 juli 2006

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 juli 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AY3821.

6.1.1 Ingevolge artikel 3, derde lid, van de Verordening moet KPN ontbundelde toegang en bijbehorende faciliteiten als collocatie aanbieden op basis van kosten. In overweging 11 van de Verordening is opgemerkt dat regels voor de tarifering van aansluitnetwerken eerlijke en duurzame concurrentie moeten bevorderen (met inachtneming van de noodzaak in alternatieve infrastructuren te investeren) en concurrentievervalsing moeten uitsluiten, met name uitholling van de marges tussen de grootgebruikerstarieven en eindgebruikerstarieven van de aangemelde exploitant. Hieruit volgt dat de prijzen van KPN niet zo laag mogen zijn dat voor (potentiële) concurrenten geen enkele aanleiding bestaat te investeren in alternatieve infrastructuren en dat KPN in ieder geval haar kosten moet kunnen terugverdienen en een redelijk rendement op haar investeringen moet kunnen behalen. Omdat een groot deel van de kosten van KPN bestaat uit gezamenlijke en gemeenschappelijke kosten, is het niet zonder meer mogelijk de kostprijs per eenheid vast te stellen. De gezamenlijke en gemeenschappelijke kosten zullen immers eerst moeten worden toegerekend aan de diensten ten behoeve waarvan zij gemaakt zijn. Een systeem voor de toerekening van kosten is in dit verband essentieel. In artikel 6.10 Tw (oud) is dan ook terecht voorgeschreven dat KPN een kostentoerekeningssysteem opstelt. Zij heeft dat ook gedaan, maar OPTA is niet overgegaan tot het geven van een oordeel met betrekking tot het kostentoerekeningssysteem voor (periodieke) collocatie en het daaraan door KPN verbonden tariefvoorstel. In haar besluitvorming in het kader van het onderhavige geschil heeft OPTA het tariefvoorstel van KPN verworpen en eigenhandig een tarief vastgesteld, waarbij zij op belangrijke onderdelen is voorbijgegaan aan de kostprijsinformatie zoals KPN die tijdens het EDC-traject heeft geleverd. KPN is onevenredig benadeeld door de werkwijze van OPTA. Tengevolge van het primaire geschilbesluit van 15 oktober 2002 mag KPN bepaalde door haar aan collocatie toegerekende kosten niet in rekening brengen bij andere aanbieders. KPN had op dat moment echter niet meer de mogelijkheid deze kosten aan een andere dienst toe te rekenen, omdat OPTA op 27 juni 2002 al een besluit had genomen over het kostentoerekeningssysteem van KPN over de periode van 1 juli 2002 tot 1 juli 2003. Deze handelwijze van OPTA is onzorgvuldig en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van willekeur. De rechtbank is ten onrechte aan deze grief voorbijgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4c0cc2d1563fde7b81e9fe7cf7214e0a097afe43f92152b38583ca1a0a70241. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4c0cc2d1563fde7b81e9fe7cf7214e0a097afe43f92152b38583ca1a0a70241, en de alinea staat in dat document op bytes 25284 tot 27822.