Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 augustus 2006

Alinea 293 College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 augustus 2006

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 augustus 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AY7997.

Naar het oordeel van het College kan evenwel niet staande worden gehouden dat de afwezigheid van daadwerkelijke en potentiële concurrentie op de markten voor gespreksafgifte op afzonderlijke mobiele netwerken noodzakelijkerwijs moet leiden tot de conclusie dat de mobiele aanbieders beschikken over AMM op de markt voor gespreksafgifte op het eigen mobiele netwerk. Zoals het College heeft overwogen in zijn uitspraak van 13 juli 2006 (zaak 05/934 en 05/935; <www.rechtspraak.nl>, LJN AY3813), wordt blijkens de memorie van toelichting op de Tw (TK 2002-2003, 28 851, nr. 3, blz. 20) bij de beantwoording van de vraag of sprake is van AMM aangesloten bij de definitie van een economische machtspositie, een begrip uit het algemene mededingingsrecht, hetgeen betekent dat wordt gekozen voor een functioneel criterium - kan een onderneming zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en consumenten gedragen? - en niet voor een getalsmatig criterium. Ook uit punt 78 van de Richtsnoeren blijkt dat het oordeel dat sprake is van AMM niet uitsluitend kan worden gebaseerd op de vaststelling dat sprake is van een groot marktaandeel:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82bb3ee7a663a4f44c911051993e114580541632e7c20e3103115e9218d90f1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82bb3ee7a663a4f44c911051993e114580541632e7c20e3103115e9218d90f1b, en de alinea staat in dat document op bytes 126604 tot 127786.