Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 maart 2007

Alinea 208 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 maart 2007

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 maart 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA1095.

8.3.3 Naar het oordeel van het College dient de beslissing van 21 mei 2003 te worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, nu daarmee het in de Regeling AVT voorziene rechtsgevolg in het leven wordt geroepen dat de aanvraag voor kavel A2 van Sky wordt toegelaten tot de eigenlijke vergelijkende toets, waardoor Sky daadwerkelijk kans maakt op verkrijging van de vergunning. Anders dan de rechtbank en partijen, ziet het College evenwel niet, dat dit rechtsgevolg de bij dit besluit betrokken belanghebbenden – Sky en de overige aanvragers voor kavel A2 – los van het voor te bereiden besluit in hun belang treft. Het voor te bereiden besluit is in onderhavig geval het besluit waarbij na het doorlopen van de vergelijkende toets wordt beslist op de aanvraag, hetzij in positieve zin, hetzij in negatieve zin. Hoewel op iedere aanvraag afzonderlijk wordt beslist, is het voor te bereiden besluit in feite één beslissing, namelijk de toewijzing van het gebruik van een kavel aan één der aanvragers en volgt uit dit besluit automatisch de afwijzing van de overgebleven aanvragen. Dat het besluit op grond van artikel 23 een belangrijke plaats inneemt in het systeem van de vergelijkende toets, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, leidt niet tot een ander oordeel, nu belanghebbenden de juistheid van de inhoud van de beslissing op grond van artikel 23 van de Regeling AVT aan de orde kunnen stellen in de procedure tegen de uiteindelijke besluiten waarbij de vergunningen worden verleend of geweigerd. Eveneens met juistheid heeft de rechtbank overwogen, dat indien zou blijken dat een aanvraag ten onrechte tot de eigenlijke vergelijkende toets zou zijn toegelaten, de vergelijkende toets opnieuw dient te worden gedaan. Naar het oordeel van het College kan dit echter niet worden voorkomen door afzonderlijk bezwaar en beroep open te stellen tegen het krachtens artikel 23 van de Regeling AVT genomen besluit, zoals de rechtbank kennelijk heeft verondersteld, reeds omdat dit besluit slechts enkele dagen vóór de vergelijkende toets en de definitieve besluiten is genomen. Ook gedurende het vervolg van de bezwaar- en beroepsprocedures is steeds gelijktijdig beslist op de bezwaren en beroepen tegen de voorbereidingsbesluiten en de definitieve besluiten, zodat ook in zoverre niet valt in te zien welk belang partijen in dit geval zouden kunnen hebben bij een aparte rechtsgang tegen het besluit op grond van artikel 23 van de Regeling AVT. Het College ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat tegen deze besluiten bezwaar en beroep openstaat, los van de uiteindelijke besluiten inzake de toewijzing van de vergunningen. Overigens merkt het College in dit verband op, dat een krachtens artikel 22 van de Regeling AVT genomen besluit, waarbij een aanvraag wordt afgewezen omdat het niet voldoet aan de eisen van de artikelen 16 tot en met 21, wel voor bezwaar en beroep vatbaar is, reeds omdat de rechtsgevolgen van een dergelijk besluit niet kunnen worden aangetast door bezwaar en beroep in te stellen tegen het besluit waarbij de desbetreffende vergunning wordt toegekend aan één van de andere aanvragers. De hierboven aangehaalde uitspraak van het College van 27 augustus 2003 heeft betrekking op een besluit met rechtsgevolgen die vergelijkbaar zijn met die van een krachtens artikel 22 van de Regeling AVT genomen besluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c997cafa1d70fe81867b2849ce217b9d1e5656e5630534458d378d06c4ec042d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c997cafa1d70fe81867b2849ce217b9d1e5656e5630534458d378d06c4ec042d, en de alinea staat in dat document op bytes 68190 tot 71599.