Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 maart 2007
Alinea 219 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 maart 2007
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 maart 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA1095.
8.5.2 Uit de Regeling AVT, deels mede in samenhang gelezen met de Regeling AGF, blijkt aan welke eisen de aanvragers moeten voldoen om mee te dingen naar welke vergunning. Door de vraag- en antwoordprocedure als bedoeld in artikel 7 van de Regeling AVT is voorts voorzien in een mogelijkheid om eventuele onduidelijkheden over de verdelingsprocedure zoveel als mogelijk op te heffen. Anders dan partijen hebben gesteld, zijn naar het oordeel van het College de toetsingscriteria voor de vergelijkende toets duidelijk neergelegd in – voorzover in onderhavig geval van belang – artikel 5 van de Regeling AGF in samenhang gelezen met artikel 29 van de Regeling AVT en de toelichting daarop, zoals deels geciteerd in paragraaf 2.1 van deze uitspraak, en die in de vraag- en antwoordprocedure nog uitvoerig is toegelicht in onder meer vraag 11. Gelet hierop was voor alle aanvragers vooraf bekend dat een programmatisch voornemen voor een "+" in aanmerking komt, indien meer wordt geboden dan in de criteria van artikel 5 van de Regeling AGF is voorgeschreven en indien het programmatisch bod, nadat het in relatie is gebracht met die van de andere aanvragers, significant uitstijgt boven het aanbod van de anderen. De biedingen zijn voorts uitgedrukt in percentages van de zendtijd, waardoor niet alleen wordt aangesloten bij de clausuleringsvoorschriften in de Regeling AGF, maar tevens een getalsmatige vergelijking mogelijk is. Het College ziet geen aanknopingspunten om dit in strijd te achten met de in de nationale of Europese regels neergelegde eisen. Laatstbedoelde vergelijking zal altijd een zeker kwalitatief aspect bevatten, maar die enkele omstandigheid brengt naar het oordeel van het College nog niet mee dat de procedure zelf niet transparant, objectief of verifieerbaar is. Dit geldt ook voor de omstandigheid dat tevoren niet bekend was op welke wijze de commissie deze vergelijking precies zou uitvoeren – namelijk door de geboden percentages in een spreidingsmodel te vertalen en vervolgens te bezien in hoeverre door de verschillende aanvragers van het gemiddeld gebodene in positieve of in negatieve zin is afgeweken. Waar het bij de toepassing van de eisen van transparantie, objectiviteit en verifieerbaarheid om gaat, is of de procedure, inclusief de toetsingscriteria, vooraf bij alle betrokkenen bekend was en of achteraf controleerbaar is dat de procedure daadwerkelijk in overeenstemming met de vooraf opgestelde regelingen is uitgevoerd. In onderhavig geval is hieraan voldaan, nu de commissie haar werkwijze inzichtelijk in haar advies heeft uiteengezet, deze werkwijze in overeenstemming is met de Regeling AVT en dit advies, zoals overgenomen door de minister, uiteindelijk door betrokken partijen aan een rechterlijke controle kan worden onderworpen. Tot slot is gesteld noch gebleken is dat (potentiële) aanvragers door de regelingen op ongelijke wijze zijn behandeld of in een ongelijke positie hebben verkeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c997cafa1d70fe81867b2849ce217b9d1e5656e5630534458d378d06c4ec042d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c997cafa1d70fe81867b2849ce217b9d1e5656e5630534458d378d06c4ec042d, en de alinea staat in dat document op bytes 80180 tot 83144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c997cafa1d70fe81867b2849ce217b9d1e5656e5630534458d378d06c4ec042d | shasum -a 256