Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 maart 2007
Alinea 52 College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 maart 2007
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 maart 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA1577.
Hoewel het bewijs dat een overtreding is begaan – naar analogie van artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering – kan worden aangenomen op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar, dient die aanname wel te zijn gebaseerd op in dat proces-verbaal neergelegde objectiveerbare feiten zoals die zijn geconstateerd door de opsporingsambtenaar. In het proces-verbaal van 31 maart 2004 is ten aanzien van de klanten I en II geen enkel feit opgenomen dat de vaststelling door de opsporingsambtenaar dat deze klanten niet onmiskenbaar de leeftijd van 16 jaar hadden bereikt, staaft. Ten aanzien van klant III is vermeld dat gelet op de gezichtsuitdrukking en het geringe postuur deze klant niet onmiskenbaar de leeftijd van 16 jaar had bereikt, hetgeen onvoldoende is om tot een objectief oordeel te kunnen komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07afec0aadd1c82e36776ac30ec933707686b62dc63aadec362494c5f55a4c6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07afec0aadd1c82e36776ac30ec933707686b62dc63aadec362494c5f55a4c6c, en de alinea staat in dat document op bytes 13430 tot 14273.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07afec0aadd1c82e36776ac30ec933707686b62dc63aadec362494c5f55a4c6c | shasum -a 256