Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 maart 2007

Alinea 63 College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 maart 2007

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 maart 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA1577.

5.2 Het College stelt met de rechtbank voorop dat – naar analogie van het bepaalde in artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering – het bewijs dat de betrokkene de hier aan de orde zijnde overtreding heeft begaan, kan worden aangenomen op het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar. Dit brengt naar het oordeel van het College met zich dat in beginsel mag worden afgegaan op de inhoud van de in het proces-verbaal vermelde waarnemingen van feiten. Indien, zoals hier het geval is, de juistheid van deze waarnemingen gemotiveerd wordt betwist, ligt het evenwel op de weg van appellant om zich in het kader van zijn besluitvorming van die juistheid te vergewissen. Daarbij zal doorgaans van belang zijn de wijze waarop de bedoelde waarnemingen in het proces-verbaal zijn weergegeven en onderbouwd, alsmede de aard van de waarneming en daarbij in het bijzonder in welke mate die waarneming waarderende elementen kent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07afec0aadd1c82e36776ac30ec933707686b62dc63aadec362494c5f55a4c6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07afec0aadd1c82e36776ac30ec933707686b62dc63aadec362494c5f55a4c6c, en de alinea staat in dat document op bytes 19287 tot 20238.