Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 maart 2007
Alinea 68 College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 maart 2007
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 maart 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA1577.
5.5 De tweede grief van appellant berust kennelijk op zijn standpunt dat het op de weg van A had gelegen om te trachten de identiteit van de betrokken klanten te achterhalen, teneinde de betwisting van de juistheid van de waarneming van de opsporingsambtenaar te onderbouwen. Uit het hiervoor onder 5.2 overwogene volgt evenwel dat het in de eerste plaats op de weg van appellant had gelegen om gegeven de betwisting door A van de waarnemingen van de opsporingsambtenaar zich van de juistheid van die waarnemingen te vergewissen. In dat kader had het, indien de inhoud van het proces-verbaal daartoe aanleiding zou geven, in de rede kunnen liggen de opsporingsambtenaar om nadere gegevens te verzoeken, op basis waarvan het vervolgens aan A zou kunnen zijn zich daartegen te verweren. Gelet hierop faalt ook de tweede grief van appellant.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07afec0aadd1c82e36776ac30ec933707686b62dc63aadec362494c5f55a4c6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07afec0aadd1c82e36776ac30ec933707686b62dc63aadec362494c5f55a4c6c, en de alinea staat in dat document op bytes 21924 tot 22775.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07afec0aadd1c82e36776ac30ec933707686b62dc63aadec362494c5f55a4c6c | shasum -a 256