Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007
Alinea 104 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA2169.
4.2.4 Tot slot acht de minister feitelijk onjuist de overweging van de rechtbank, dat niet is gebleken dat de minister de mogelijkheid onder ogen heeft gezien om met toepassing van artikel 3.3a, negende lid, Tw, een plafond te stellen aan het bedrag dat uit hoofde van een financieel bod en een eenmalig bedrag verschuldigd kan zijn. De minister wijst in dit verband op artikel 3:1, eerste lid, aanhef en onder b, Awb, waaruit volgt dat de bepalingen van de Awb inzake de motivering van besluiten niet van toepassing zijn op besluiten, inhoudende algemeen verbindende voorschriften, zodat de minister in dit geval niet verplicht was te motiveren waarom geen toepassing aan artikel 3.3a, negende lid, Tw is gegeven. Overigens heeft de minister in de beslissing op het bezwaar van VRON gemotiveerd waarom geen gebruik is gemaakt van dit artikelonderdeel, namelijk omdat de ontwikkelingen in de markt voor commerciële radio-omroep niet erg onzeker zijn, zodat er geen aanleiding is om een bepaalde mate van zekerheid te scheppen voor partijen door een plafond in te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/050bdacde811618830fe842b6a8376b4048b134cd95c20d326c6543506b4cec9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 050bdacde811618830fe842b6a8376b4048b134cd95c20d326c6543506b4cec9, en de alinea staat in dat document op bytes 29640 tot 30725.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/050bdacde811618830fe842b6a8376b4048b134cd95c20d326c6543506b4cec9 | shasum -a 256