Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007
Alinea 111 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA2169.
5.2 Volgens BNR en VRON bestond ten tijde van het vaststellen van de Regeling VEB ook geen grond om beide, elkaar overlappende, financiële instrumenten in te zetten bij de verdelingsprocedure. Beide instrumenten geven de aanvrager een prikkel om rekening te houden met de economische waarde van de vergunningen, waardoor de frequentieruimte beter wordt benut. In de bedrijfsplannen, die onderdeel vormen van de vergunningaanvragen, diende de financiële haalbaarheid van de voorgenomen exploitatie van de vergunningen te worden onderbouwd. Daarbij is uiteraard uitgegaan van een optimale benutting van de frequentieruimte en zowel de financiële biedingen als de eenmalige bedragen waarborgen derhalve een efficiënte benutting. Geen redelijk handelende ondernemer heeft een bedrag over voor een productiemiddel dat hij niet efficiënt zal gebruiken, zeker niet indien er sprake is van sterke concurrentie tussen de aanbieders. In de literatuur wordt ervan uitgegaan dat het hanteren van een prijsmechanisme bij verdeling de beste manier is om ervoor te zorgen dat degene met de hoogste waardering en dus de beste winstvooruitzichten de vergunning verkrijgt, en diegene zal de meest efficiënte gebruiker zijn. Volgens BNR en VRON blijkt voorts uit de parlementaire geschiedenis dat zowel het financieel bod als het eenmalig bedrag een optimaal gebruik waarborgen. Op voorhand was evenwel al duidelijk dat het niet nodig was om bovenop het financieel bod nog een eenmalig bedrag te leggen; de gekozen methodiek herbergde immers eerder het risico van overbieden dan te weinig betalen, mede gelet op de vele aanbieders en de grote belangen van de zittende aanbieders om over de ether te kunnen blijven uitzenden. Voorzover de rechter slechts marginaal zou mogen toetsen - hetgeen BNR en VRON bestrijden - geldt dat de bestreden besluiten van de minister kennelijk onredelijk zijn. In dit verband hebben BNR en VRON nog gesteld dat de minister door, zonder afdoende onderzoek naar hun belangen als partijen die reeds in de markt hebben geïnvesteerd, een extra instrument op te leggen, ongemotiveerd voorbij is gegaan aan hun belangen. Onder verwijzing naar hetgeen zij in de bezwaar- en beroepfase hebben aangevoerd, stellen BNR en VRON dat de Regeling VEB tevens in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/050bdacde811618830fe842b6a8376b4048b134cd95c20d326c6543506b4cec9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 050bdacde811618830fe842b6a8376b4048b134cd95c20d326c6543506b4cec9, en de alinea staat in dat document op bytes 34095 tot 36434.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/050bdacde811618830fe842b6a8376b4048b134cd95c20d326c6543506b4cec9 | shasum -a 256