Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007

Alinea 151 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA2169.

9.2.6 Uitgangspunt in de hierboven geschetste systematiek is dan ook, zo concludeert het College, dat bij potentiële aanvragers het eenmalig bedrag, dat dient als drempel om mee te doen aan de vergelijkende toets, bekend is vóórdat de aanvraagprocedure begint, zodat zij daarmee rekening kunnen houden bij het bepalen van hun financieel bod. Een potentiële aanvrager wordt geacht om voorafgaande aan de verdelingsprocedure een inschatting te maken van zijn mogelijkheden om een bepaalde kavel gedurende de looptijd van de vergunning (in beginsel acht jaar en drie maanden) te exploiteren. Op basis van deze inschatting kan de potentiële aanvrager vervolgens bepalen welke waarde de kavel voor hem heeft en derhalve beslissen a) of hij het drempelbedrag wil opbrengen en, zo ja, b) met welk bedrag genoemde waarde nog boven dit drempelbedrag uitstijgt, welk bedrag de aanbieder vervolgens als financieel bod kan uitbrengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/050bdacde811618830fe842b6a8376b4048b134cd95c20d326c6543506b4cec9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 050bdacde811618830fe842b6a8376b4048b134cd95c20d326c6543506b4cec9, en de alinea staat in dat document op bytes 58344 tot 59284.