Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007

Alinea 154 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA2169.

9.3.2 Uit artikel 3.3a, eerste lid, Tw volgt, dat de minister niet mag beslissen een eenmalig bedrag op te leggen, indien dat niet een optimaal gebruik van de frequentieruimte waarborgt. Bij de bepaling van hetgeen onder een optimaal gebruik van frequentieruimte dient te worden verstaan, spelen meerdere factoren een rol. Zo is het denkbaar dat hierbij inhoudelijke criteria in aanmerking worden genomen, die zich niet eenvoudig tot een financiële waarde laten herleiden. Het gewicht dat aan deze inhoudelijke criteria wordt toegekend, kan zodanig hoog zijn dat een vergunning niet wordt verleend aan degene die het hoogste financiële bod uitbrengt, maar aan degene die het beste aan deze inhoudelijke criteria voldoet. Dit laat echter onverlet, zoals in de aangehaalde memorie van toelichting is aangegeven, dat de (schaarse) frequentieruimte vaak een grote economische waarde vertegenwoordigt. Het zou niet met een streven naar een optimaal gebruik van frequentieruimte te verenigen zijn als de vergunning voor het gebruik van deze ruimte zou worden verleend aan een verkrijger voor wie deze ruimte een lagere economische waarde heeft en die derhalve als inefficiënte aanbieder kan worden beschouwd. Zoals door de minister ter zitting is toegelicht, is overeenkomstig de procedure van artikel 3.3a, tweede lid, aanhef en onder a, Tw een schatting gemaakt van de economische waarden van de verschillende kavels die heeft geleid tot de vaststelling van de hoogte van het voor de onderscheiden kavels in rekening te brengen eenmalig bedrag. Door te bepalen dat de verkrijger van de vergunning dit bedrag verschuldigd is, heeft de minister voorkomen dat de vergunning voor het gebruik van een kavel zou worden verleend aan een verkrijger die hieraan een lagere economische waarde toekent. Dat de minister door het gebruiken van de door hem gehanteerde berekeningswijze, gegeven de economische waarde van de onderscheiden kavels, te lage bedragen heeft berekend en om die reden in strijd heeft gehandeld met het in artikel 3.3a, eerste lid, Tw neergelegde vereiste, is door partijen niet aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/050bdacde811618830fe842b6a8376b4048b134cd95c20d326c6543506b4cec9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 050bdacde811618830fe842b6a8376b4048b134cd95c20d326c6543506b4cec9, en de alinea staat in dat document op bytes 61946 tot 64060.